Het belangrijke aspect van deze hiërarchie is dat je door elk niveau moet gaan om het volgende niveau te bereiken.
Succesvolle project- en programmamanagers behalen succes door het analyse- en syntheseniveau te bereiken, maar ze kunnen deze competentieniveaus alleen bereiken door eerst door kennis, begrip en toepassing te gaan. Het is in deze beginniveaus waar korte cursuscertificeringen van pas komen.
Voorbeelden van certificeringen op kennisniveau zijn onder andere Praxis Framework Foundation, PRINCE2 Foundation, de PFQ van de APM en CAPM van de PMI. Deze certificeringen tonen aan dat iemand informatie kan oproepen over de discipline van project- (en soms programma-)management.
Begrip van die kennis wordt aangetoond door certificeringen op practitionerniveau zoals Praxis Framework Practitioner, PRINCE2 Practitioner, de PMQ van de APM en het PMP-examen van de PMI.
Kennis en begrip kunnen daarom worden behaald in de klas. De volgende stap vereist dat je dat begrip daadwerkelijk toepast op de werkplek. Het 70:20:10 leermodel (ontwikkeld door McCall, Lombardo en Eichinger in de jaren 80) geeft zelfs aan dat het overgrote deel van het leren plaatsvindt op de werkplek.